Kans op een herhalingstijd

In het stedelijk waterbeheer is het beschermingsniveau tegen wateroverlast vaak gekoppeld aan de herhalingstijd van een extreme neerslaggebeurtenis. Dit is een maatstaf die door weinig mensen goed wordt begrepen. Deze pagina geeft uitleg.

Het begrip herhalingstijd wordt vaak toegepast zonder de betekenis van dat getal goed te begrijpen. De herhalingstijd van een gebeurtenis is iets anders dan een kans van optreden van die gebeurtenis, in bijvoorbeeld een mensenleven. Een gebeurtenis met een herhalingstijd van T=100 jaar, is voor velen iets dat we niet gaan meemaken, ver van ons bed.

Woningen hebben net geen schade bij een T=100 jaar bui

Een extreme bui met herhalingstijd van T=100 jaar betekent dat een bewoner in een periode van 60 jaar circa 50% kans heeft door die bui getroffen te worden.

Stel dat door klimaatontwikkeling die T=100 jaar bui nu over 60 jaar een herhalingstijd heeft van T=10 jaar. Dan heeft die bewoner in de komende 60 jaar bijna 90% kans om door deze bui getroffen te worden. Om die kans van 90% te verlagen naar 20% of respectievelijk 2%, moeten we naar gebeurtenissen met herhalingstijden van T =1000 en 10.000 jaar gaan kijken.

Kortom een beschermingsniveau gebaseerd op een extreme bui met een herhalingstijd (terugkeer periode) van 100 jaar is veel minder veilig dan we (of velen van ons) denken. Daar komt bij dat de stap naar het realiseren van een hoger beschermingsniveau ook kleiner is dan we vaak denken. Een bui met een herhalingstijd van 1000 jaar is misschien 1.3 keer zwaarder dan een bui met een herhalingstijd van 100 jaar, zeker geen 1000/100 = 10 keer zwaarder.

Vooral voor nieuwbouwsituaties is het veel eenvoudiger om nu een hoger beschermingsniveau te realiseren dan om later de aanvullende maatregelen te moeten treffen om wateroverlast te bestrijden.

Door klimaatontwikkeling is het onzeker hoe de zwaarte van extreme buien zich gaat ontwikkelen. Net als in de constructieleer met onzekere materiaaleigenschappen zou het niet onlogisch zijn om veiligheidsfactoren toe te passen en ook vanuit die invalshoek op zwaardere maatgevende buien te gaan dimensioneren.

Om de paar jaar worden nieuwe herhalingstijden voor extremen buien berekend en op die manier aangepast aan de ontwikkeling van het klimaat. Op die manier blijven we achter de tot nu toe tegenvallende feiten aan lopen. De berekening van die herhalingstijden benaderen we als een soort exacte wetenschap zonder rekening te houden met relevante onzekerheidsmarges.

Op dit moment volgen we in het (stedelijke) waterbeheer een minimalistische norm-opvullende benadering. Op voorhand wordt vaak al op ambtelijk niveau verondersteld dat een ruimere norm leidt tot onbetaalbare maatregelen. Deze benadering is slecht voor grote innovaties en betekent ook dat eenvoudige kansen, iets duurder maar veel beter, makkelijk worden gemist.